Pleegouders hebben een pittige periode achter de rug. Mariska Luiten, manager bij Juvent, is vol lof over de veerkracht en flexibiliteit die zij toonden.

Toen premier Rutte in maart vergaande maatregelen aankondigde vanwege het coronavirus stonden de medewerkers van Juvent direct op scherp, herinnert Luiten zich. Ze is manager ambulante behandeling en pleegzorg bij de Zeeuwse jeugdzorgspecialist. Juvent begeleidt zo’n 1300 kinderen, onder wie ruim 500 pleegkinderen.

„Onze medewerkers hebben geprobeerd de neuzen van alle betrokkenen dezelfde kant op te krijgen en te zoeken naar wat nog wél mogelijk was”, vertelt Luiten. „Want het valt voor pleegkinderen niet mee als ze hun ouders niet meer kunnen zien.” Het contact van de pleegkinderen met hun ouders en begeleiders vond de afgelopen weken plaats via (video)bellen en sociale media. „Veel kinderen maakten een tekening voor hun eigen ouders. Ze mochten hen sowieso vaker bellen dan normaal.” Voor pleegkinderen die tijdelijk in een pleeggezin wonen en binnen afzienbare tijd weer naar huis gaan, is een uitzondering gemaakt. „Het stopzetten van de bezoekregeling zou het proces van terugkeer te veel ontregelen.”

Schakelen

De reacties van de pleegkinderen op de ongewone situatie verschilden. „De ene groep voelde zich verdrietig over het wegvallen van het ouder-kindbezoek. Met name jonge kinderen vonden het moeilijk te begrijpen waarom ze niet meer naar papa en mama konden. Anderen deed de rust juist goed, omdat ze het schakelen tussen biologische ouders en de pleegouders lastig vinden.”

Luiten neemt haar petje af voor de extra inzet van de pleegouders de afgelopen maanden. „Hun pleegkind was nu altijd thuis. Het was voor een deel van hen een heel pittige periode. Pleegzorgbegeleiders belden hen vaker om te informeren hoe het ging, tips te geven en te vragen of er behoefte aan extra hulp bestond.” Ook het sluiten van de scholen een grote impact op pleegkinderen. „Zeker voor degenen die op het speciaal onderwijs zitten, is structuur en routine belangrijk om de dag goed door te komen.” Pleegkinderen die speciaal onderwijs volgen, kregen meer ondersteuning. „Er is opvang voor geregeld, zodat ze toch een aantal dagen per week naar school of naar de dagopvang konden.”

Normale leven

Extra aandacht was er ook voor de andere pleegkinderen. „Hun begeleiders gingen af en toe met hen wandelen of ze konden vaker naar hun logeeradres.” Luiten is blij met de recente versoepeling van de maatregelen. „Pleegkinderen mogen weer naar school en kunnen hun eigen ouders ontmoeten. Ze zijn gelukkig op weg naar een normaler leven.”

Bron Reformatorisch Dagblad