HULST – Corine Reitsma zag laatst een vacature voor een jeugdwerker bij een Vlaamse instelling, net over de grens. Een fulltime-baan, vier tot vijf dossiers, veel overleg met hulpverleners uit andere disciplines. Jaloersmakend. Zelf moet ze ten minste het dubbele aantal jongeren en gezinnen bijstaan en heeft ze het gevoel alles alleen te moeten uitzoeken.

Reitsma werkt bij Juvent als gezinswerker en ze helpt jongeren bij het begeleid wonen. Ze heeft vooral cliënten uit de gemeente Hulst. Maandag gaat Reitsma naar Den Haag om mee te doen aan de landelijke manifestatie voor de jeugdzorg. In de aanloop naar Prinsjesdag eist de FNV 750 miljoen euro extra voor de jeugdzorg, minder administratie en een einde aan de, wat de bond noemt, ‘aanbestedingswaanzin’.

Ze ondervindt de problemen die de vakbond noemt dagelijks in haar werk. Reitsma: ,,Voor echt direct contact met de gezinnen en jongeren, het echte inhoudelijke werk waarvoor ik heb geleerd, blijft maar 25 procent van mijn tijd over. De rest gaat op aan het regelen van administratie, vergaderen en onderhandelen over uren die je aan een casus mag besteden. Dat is echt absurd. Ik ben nu administratief medewerker, procescoördinator, facilitator, receptionist, specialist, beheerder, huismeester, conciërge, jurist, controller, planner geworden. Terwijl ik mijn werk als jeugdzorgwerker in een verdomhoekje wordt geschoven. Dit kan toch niet de bedoeling zijn? Mag ik alsjeblieft doen waarvoor ik heb geleerd? Om mensen weer richting te geven aan hun leven, mensen in beweging te krijgen, hun leven in beweging te krijgen?”

Ze wijst op de Vlaamse personeelsadvertentie. ,,Zo was het hier ook, toen ik vijftien jaar geleden met dit werk begon.” De ommekeer kwam toen gemeenten verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg. In haar ogen heeft de inmiddels beruchte ‘transitie’ niet voor verbetering gezorgd. In tegendeel. ,,De afgelopen jaren ben ik in een nieuwe wereld terecht gekomen. De wereld van prestatie en productie. Een wereld van verantwoorden totdat je erbij neervalt en langs alle kanten wordt gecontroleerd.”

“Ik moet onderhande­len als een marktkoop­man om uren hulpverle­ning voor een cliënt te krijgen” -Corine Reitsma

Veel gemeenten richten zich op kostenbeperking. ,,Ik moet onderhandelen als een marktkoopman om uren hulpverlening voor een cliënt te krijgen.” Ze noemt het voorbeeld van een moeder met haar jonge dochtertje voor wie ze na een dramatisch voorval snel een veilig onderdak moest vinden. ,,Na drie weken bellen vond ik eindelijk een plekje buiten de provincie. Maar dan moet je nog in de slag met de gemeente over de vraag of het wel vergoed wordt. Ik heb toen maar gebluft dat het in orde was en het is ook goed gekomen. Maar het is verschrikkelijk dat je in zo’n noodsituatie je ook nog zorgen moet te maken over kosten. Ik wil me inzetten voor kinderen en gezinnen en niet voornamelijk met de processen. Ik ben een hulpverlener, daar heb ik voor gekozen en daar kom ik nu onvoldoende aan toe.”

 Eenzamer

Ze heeft de laatste jaren veel mensen zien vertrekken uit de jeugdzorg. ,,Ik had een heel netwerk aan collega’s waar je op kon terugvallen. Van dat netwerk is weinig meer over.” Het werk is eenzamer geworden, Reitsma heeft vaak het gevoel er alleen voor te staan. ,,Je krijgt een naam, een geboortedatum en een adres. Veel succes ermee. Iedereen bemoeit zich er mee, maar er is niemand die echt de lijnen uitzet en haar verlost van de administratieve rompslomp. ,,Dat maakt je onzeker. Je wilt horen of je wel op de goede weg bent. Ik lig er echt nachten van wakker.” Wat de oplossing is? Volgens Reitsma draait het uiteindelijk toch om meer geld, zodat gemeenten niet meer in productiecijfers hoeven te denken, maar in cliënten.

 

Bron: pzc.nl