"Ons huis is eigenlijk een beetje overgenomen"
Marley (35) woont samen met zijn man Wouter in ’s-Heerenhoek. In het dagelijks leven werkt hij bij de gemeente Schouwen-Duiveland en is hij daarnaast ook trouwambtenaar. Maar de rol die hem misschien wel het meest typeert? “Die van pleegvader,” zegt hij zonder aarzelen.
Het gezin bestaat uit twee pleegdochters (een kleuter en een puber) en een heleboel dieren. “Een hond, twee paarden, twee katten en zelfs twee Afrikaanse reuzenslakken van onze jongste dochter.” En ja, dat heeft impact gehad. “Ons huis is compleet veranderd. Opeens stonden er unicorns en kwam ik overal nepwimpers en glitter tegen. Maar eerlijk? Ik zou het niet anders meer willen.”
“Wij wilden vooral zorgen voor een kind”
De route naar pleegzorg begon bij een kinderwens, maar bleek uiteindelijk een bredere ontdekking. “Wij beseften: het gaat ons niet om een ‘eigen kind’, maar om het kunnen zorgen voor een kind. We wilden een veilige plek bieden.” Na de eerste pleegdochter kwam – onverwacht – een puber uit hun eigen netwerk. “Dat laatste hadden we nooit zo gepland. Maar het voelde als iets wat we niet konden negeren.” Pleegzorg bleek alles wat ze verwacht hadden én meer. “Je kunt er veel over lezen, maar uiteindelijk leer je het door te doen. Geen enkel kind en geen situatie is hetzelfde. Juist dat maakt het bijzonder.”
Pleegzorg: mooi én soms ingewikkeld
Voor Marley draait pleegzorg in de kern om één ding: een thuis bieden.
“Een plek waar een kind zich veilig voelt en mag zijn wie het is. Met alles wat daarbij hoort: boosheid, verdriet, onzekerheid.” Maar hij is ook eerlijk. “Pleegzorg is niet altijd makkelijk. Achter ieder kind zit een verhaal. En soms brengt dat uitdagingen met zich mee die veel van je vragen.” Toch is het precies dát wat hem drijft. “Het idee dat ieder kind een eerlijke kans verdient. Dat je een verschil kunt maken, juist op de momenten dat het nodig is.”
Wat hem het meeste raakt? “Dat je een kind ziet groeien in vertrouwen. Dat begint met kleine dingen: een hand die wordt vastgepakt, een kind dat bij je komt als het verdrietig is, een knuffel.” Het zijn juist die momenten die blijven hangen. “Niet omdat je alles oplost, maar omdat je een veilige plek biedt.”
“De kleine momenten zijn het grootst”
De stap naar de Pleegouderraad
De stap naar de Pleegouderraad kwam voort uit een duidelijke wens: iets betekenen voor andere pleegouders. “Ik voelde dat ik met mijn ervaring en achtergrond iets kon bijdragen.” Na enkele vergaderingen werd hij gevraagd als voorzitter. “Dat voelde voor mij als een logische stap. Ik leg makkelijk contact, verbind graag en durf ook kritische vragen te stellen als dat nodig is.”
“De POR moet zichtbaar en toegankelijk zijn”
Volgens Marley heeft de Pleegouderraad een duidelijke kernrol: “Luisteren naar pleegouders, signalen ophalen en die terugkoppelen.” Maar daar zit volgens hem ook meteen de uitdaging. “Veel pleegouders weten niet precies wat de POR doet of hoe ze ons kunnen bereiken. Daar wil ik echt verandering in brengen.” Zijn ambitie is helder: “Dat elke pleegouder weet dat we er zijn. En dat je ons makkelijk kunt vinden met vragen, zorgen of ideeën.”
Verbinding als sleutel
Naast zichtbaarheid wil Marley vooral meer verbinding tussen pleegouders. “Er is zóveel kennis en ervaring. Die mogen we nog veel beter benutten.” Pleegzorg hoeven mensen volgens hem niet alleen te doen. “Door ervaringen te delen, kun je elkaar versterken. Dat gun ik elke pleegouder.”
“Je doet meer dan je denkt”
Tot slot heeft Marley nog een duidelijke boodschap voor pleegouders: “Onderschat nooit wat jouw aanwezigheid betekent.” Hij weet hoe het voelt. “Je ziet vaak vooral de moeilijke momenten. De twijfel, de zorgen. Maar juist op die momenten maak je vaak het grootste verschil. Want uiteindelijk zijn het niet de grote dingen die blijven hangen. Het zijn de kleine momenten. Een boterham aan tafel. Een knuffel na een moeilijke dag. Iemand die blijft.” En juist dat is volgens hem onbetaalbaar. “Pleegouders schrijven mee aan het verhaal van een kind. Soms zonder het te beseffen. Maar geloof me: dat blijft hangen.”