Met haar man runt Joyce wat ze zelf een chaotisch maar gezellig gezin noemt. Thuis wonen drie kinderen: dochter Lana (16), pleegzoon Levi (12) en pleegzoon Olivier (7, gefingeerde naam). “Allemaal met hun eigen gebruiksaanwijzing, problematiek én humor,” zegt ze nuchter. Binnen het gezin gebruikt Joyce het woord pleegkinderen nauwelijks. “Ik noem ze mijn hartskinderen. En tegen de buitenwereld zeg ik gewoon: ik heb drie kinderen.”
Ook een biologisch kind heeft een rugzak
Pleegzorg begon voor Joyce niet vanuit een ‘ideaal plaatje’. Integendeel. Haar eigen moederschap kende een moeilijke start. Tijdens haar zwangerschap was ze depressief, gevolgd door een geplande keizersnee die voor haar medisch niet goed verliep. Haar dochter lag na de geboorte een tijdje alleen in zo’n steriele ziekenhuiswieg. Achteraf gezien had dat impact op de hechting. “Haar emotionele ontwikkeling was pittig. Hevige woedeaanvallen, aantrekken en afstoten: ‘ik wil bij jou’ en vijf minuten later ‘ik haat jou’.” Het was zwaar, maar het gaf ook iets anders: ervaring.
Alles wat wij met onze dochter hebben meegemaakt, hadden wij al doorleefd vóór we begonnen aan pleegzorg. Dat gaf ons, hoe gek dat ook klinkt, een voorsprong.
Een eyeopener tijdens de training
Tijdens een van de trainingen van Samen Sterk; Omgaan met getraumatiseerde kinderen viel het kwartje. “We realiseerden ons: wij hebben dit al eerder gedaan. We hebben al een kind opgevoed met hechtings- en traumaproblematiek.” Die herkenning gaf vertrouwen. Niet omdat het makkelijk was, maar omdat ze wist: we hoeven niet perfect te zijn, we moeten het aankunnen.
Gedeeld opvoederschap: samen voor het kind
Een van de grootste verschillen tussen biologisch ouderschap en pleegzorg? “Je krijgt er een hele familie bij,” zegt Joyce. Voor haar staat één ding vast: gedeeld opvoederschap is essentieel. “Het zijn mijn kinderen, gevoelsmatig. Maar ze hébben ouders. En die blijven belangrijk, ongeacht wat er is gebeurd.” Samenwerken met biologische ouders is geen bijzaak, maar een verantwoordelijkheid. “Je hebt de plicht om die samenwerking aan te gaan. Hoe moeilijk dat soms ook is. Want ouders zijn nodig voor het kind, om de toekomst goed tegemoet te kunnen.”
Jezelf even wegcijferen
Joyce is eerlijk: dit klinkt mooier dan het soms is. “Ouders hebben hun eigen visie, kunnen jaloers zijn, kennen jou niet. Dat vraagt dat je je – zeker in het begin – af en toe moet wegcijferen, zonder over je eigen grenzen te gaan.” De band moet groeien. En dat kost tijd, geduld en soms slikken.
Pleegzorg vraagt dat je sterk bent, juist door kwetsbaar te durven zijn.
Met vallen en opstaan
Pleegzorg gaat niet vlekkeloos. Joyce schetst een avond die alles tegelijk laat zien. De jongste ging op bezoek bij zijn moeder; dat bezoek liep moeizaam. Hij huilde de hele nacht. Gevolg: een dochter die de volgende ochtend woedend was omdat ze niet had geslapen terwijl ze een toets had. De andere pleegzoon raakte zo gespannen dat hij onder de tafel kroop, in paniek. “Dat is ook pleegzorg,” zegt Joyce.
Beginnen vanuit crisis
Een van haar pleegzoons kwam via een geheime crisisplaatsing. Contact met de ouders liep volledig via jeugdzorg, in anonimiteit. Toch kwam het goed. Inmiddels zijn er duidelijke afspraken met de moeder. Regels zijn er in beide huishoudens. “Misdroeg hij zich bij mama en komt hij hier klagen? Dan zeggen wij: je was bij mama, dus daar gelden mama’s regels. Zo vormen we één blok.” Levi gaat nu om de week naar zijn moeder en logeert eens per maand. “Als je ziet waar we vandaan komen, is dat enorme winst.”
Alles voor de toekomst van het kind
Joyce’ droom is helder: “Dat kinderen later gewoon de vrijheid voelen om naar huis te gaan voor een theetje, een knuffel, een praatje. Dán hebben we het goed gedaan.” Is het moeilijk om kinderen stapje voor stapje weer los te laten? “Ik heb daar geen pasklaar antwoord op”, zegt ze eerlijk. “Ik ben aan pleegzorg begonnen omdat ik een kind iets te geven heb. Ieder kind verdient een goede start.”
Gewoon maar beginnen
Joyce relativeert graag. “Eigenlijk kende ik mijn biologische kind ook niet toen ze geboren werd. Ook toen begon ik gewoon aan het moederschap.” Zo ging het ook met Levi. “Een jongetje van 3,5 dat binnenkwam. Een stuiterbal, niet luisterde. Wat konden we doen? Beginnen met opvoeden. Zo simpel als: hier eten we samen aan tafel.” Moederinstinct, noemt ze het.
Ook ontdekken of pleegouder zijn bij jouw leven past?Klik hier
De kracht van kleine momenten
Sommige momenten blijven voor altijd. De dag dat Levi kwam, rond Pasen: op tafel stond een grote schaal chocolade paaseieren. “Dat handje ging meteen de schaal in. Ik zei: ‘we nemen er eentje, want we gaan zo eten.’ Toen keek hij me aan… die ondeugende oogjes. Ik was op slag verliefd.” Of het bij één paaseitje bleef? Joyce lacht. “Vooruit, het werden er twee.”
Een dochter om trots op te zijn
Toen Joyce en haar man besloten voor pleegzorg te gaan, was hun dochter acht. Ze namen haar vanaf het begin mee, eerlijk en op haar niveau. “Ze zei meteen: leuk, een broertje of zusje!”
Nu is Lana puber. Dat is soms zoeken. Spullen worden gepikt, grenzen overschreden. “Maar biologisch of niet: dat hoort bij kinderen.” Joyce bewaakt wel bewust de aandacht. Ze gaat soms alleen met haar dochter weg. “En ik check regelmatig bij haar in.” De opbrengst ziet ze ook. “Haar mentor zei laatst dat ze op het vlak van emotionele intelligentie zó ontwikkeld is. Dan denk ik: dat hebben we haar maar mooi meegegeven.”
Zonder label, gewoon een gezin
In hun omgeving is pleegzorg geen groot thema. “We wonen in een dorp, iedereen weet het wel. Maar het is geen label.” De biologische moeders zijn soms gewoon aanwezig op kinderfeestjes. “Daar kijkt dan niemand raar van op.” Een gesprek met een van de jongens bleef haar bij. Ze legde uit dat sommige kinderen geen papa en mama hebben. “‘Dat is zielig,’ zei hij. ‘Maar dan gaan ze soms naar een pleeggezin,’ zei ik.” Hij keek haar aan: “Mama, wat is een pleeggezin?”. Meteen een mooie opening voor een goed gesprekje.
Twijfel hoort erbij
Joyce is open over haar zwaarste momenten. “Er is een tijd geweest dat ik tegen mijn pleegzorgbegeleider zei: ik kan dit niet meer.” Haar boodschap aan twijfelaars is dan ook geen sprookje. “Niemand vraagt je een superheld te zijn. Wij maken elke dag fouten. Maar de intentie is goed.” Haar advies? “Durf kwetsbaar te zijn. Bespreek alles met je pleegzorgbegeleider. Je hoeft het niet alleen te doen.”
Uiteindelijk wint het hart. Stoppen zou alles tenietdoen wat je samen hebt opgebouwd. En daar wint niemand bij, zeker het kind niet.
Ook een veilige plek bieden aan een kind?
Joyce begon ooit gewoon. Met vallen en opstaan. Wil jij ontdekken of pleegouder worden bij jouw leven past? We denken graag met je mee én beantwoorden al jouw vragen tijdens een van onze informatieavonden. Naar de aanmeldpagina
